Panta rhei
Panta rhei

Naar een beroepsprofiel voor sociotherapie
N. van Tol en A. Meijer
deel 4

We stellen dat sociotherapie arbeid is die zich richt op het creëren van situaties waarin cliënten op een zinvolle manier kunnen leren leven. Cliënten, zowel volwassenen als kinderen, zijn per definitie mede-vormers van het systeem waarin zij leven. Gezond worden is deelnemen aan de vorming en instandhouding van een gezond systeem.

Centraal in de opdracht van de sociotherapeut is daarom het helpen expliciteren van de aard en inhoud van de klinische setting als tijdelijke of permanente leefsituatie van de cliënten of de bewoners. Met andere woorden, de sociotherapeuten moeten voortdurend nagaan of de vragen van de cliënten worden gehonoreerd door de manier waarop zij in de instelling met behulp van mede-cliënten en staf, begeleiders kunnen worden beantwoord.

Uitgangspunten voor de sociotherapeut hierbij zijn onder meer:

  • de instelling wordt gezien als een samenlevingsvorm waarin cliënten op diverse manieren actief met elkaar samenleven om te "leren"
     
  • het is essentieel dat de opgenomen cliënten bijdragen aan het samenleven binnen de instelling
     
  • door deel te nemen aan dit samenleven geeft de cliënt vorm aan de wijze waarop hij zich verhoudt tot anderen (posities en relaties) en kan dit (leren) ontwikkelen
     
  • de sociotherapeut heeft tot taak die samenlevingsprocessen zo vorm te geven en te beïn vloeden zodat er geleerd kan worden

Voor het onderzoeken en toetsen van deze uitgangspunten, waarvoor de sociotherapeut verantwoordelijk is, zal de sociotherapeut de volgende vragen moeten beantwoorden:

  • in welke mate doet de dagelijkse leefomgeving een appèl op de cliïnt om actief deel te nemen
     
  • in welke mate kunnen de cliënten zich inzetten om in wisselende rollen (relaties en posities) elkaar te beïnvloeden
     
  • in welke mate kunnen cliënten zelf, met ondersteuning van de staf, het dagelijks leven vormgeven
     
  • in welke mate kunnen de sociotherapeuten zelf leren van de interactie met elkaar en de cliënten
     
  • in welke mate zijn alle interacties tussen staf en cliënten in de instelling bespreekbaar voor zowel staf- als cliëntengroep
     
  • in welke mate is de wederzijdse beinvloeding en afhankelijkheid geëxpliciteerd in spelregels en programma-onderdelen en het samenleven
     
  • in welke mate is sprake van (sociale) gelijkwaardigheid tussen cliënten en staf
     
  • in welke mate is sprake van een open uitwisseling van informatie met betrekking tot de immateriële en materiële aspecten van het behandelingsmilieu (communicatie in twee richtingen)
     
  • in welke mate staan de leefgroep en de werkers in verbinding met de rest van de instelling en de samenleving.

Het beantwoorden van de vragen, het onderkennen van de knelpunten draagt bij tot verbetering van het leefmilieu en de ontwikkelingsmogelijkheden van de cliënten. Tevens betekent het versteviging van de beroepsidentiteit van de sociotherapeut.

Het is dus de sociotherapeut zelf die hiervoor verantwoordelijk is. Wanneer de sociotherapeut zich op bovenstaande richt is deze een onmisbare schakel bij het creëren van voorwaarden waardoor de cliënten kunnen leren.

Sociale identiteit

In de omgang met mensen staat het begrip identiteit centraal. Wie ben ik en wie ben ik in relatie tot de ander. Wat heb ik gemeen met anderen en wat onderscheidt mij van anderen. Een (sterk) ge- of verstoorde identiteitsbeleving is een toestand die om behandeling vraagt.

Goffman geeft een analyse van het begrip identiteit dat houvast geeft bij het beschouwen van de medemens en waar de aandacht van de hulpverlener zich op kan richten. De wijze waarop de mens naar zichzelf kijkt, zichzelf beleeft, de subjectieve ervaring van de eigen situatie, de continuiteit van het eigen karakter noemt Goffman de ego identiteit. Dit verwijst ook naar de verschillende ervaringen die het individu in de loop der tijd heeft opgedaan.

De wijze waarop de mens met anderen omgaat, wat hij van zijn gevoelens en gedachten toont zonder de grenzen van het toelaatbare te overschrijden noemt Goffman de persoonlijke identiteit. Dit verwijst naar de normen en waarden die een individu heeft ten aanzien van de informatie die hij zijn omgeving verschuldigd is. De mens heeft dus maar één persoonlijke identiteit.

In tegenstelling hiermee kan de mens vele zogenoemde sociale-identiteiten bezitten. Sociale identiteit noemt Goffman de identiteit die gebaseerd is op gedrag, posities en rollen die bepaald worden door de verschillende sociale situaties, sociale structuren en concrete interacties.

Sociotherapeuten houden zich vooral bezig met de sociale identiteit en de persoonlijke identiteit van de cliënt en in veel mindere mate met de ego-identiteit.

1 |  2 |  3 |  4 * |  5 |  6 |  7 |  8 |  9 |  10 |  11 |  12 |  13
Kopieer de tekst van dit artikel

Panta rhei
 
Cursusaanbod
· Open inschrijving
· sociotherapie
· gesprekstechniek
· dwangverpleging
· traumabehandeling
· verslavingszorg
· In company
 
Literatuur
 
Archief
 
Linken
 
Colofon
 
E-mail
 
Privacy
 
Inhoudsopgave
 
Zoek op deze site
Productie en ontwerp van deze website: PurpleUnlimited ©
Deze bladzijde is het laatst gewijzigd op 2 januari 2005
Top