![]() |
![]() |
||||
|
Naar een beroepsprofiel voor sociotherapie Het sociaal-therapeutisch milieu en het model van de psychosociale vaardigheden. Het ligt voor de hand om bij sociotherapie te spreken van een sociaal-therapeutisch model. Dit model gaat uit van contact en interactie tussen de leden van het sociaal systeem, gaat uit van het opdoen van ervaringen en hiervan leren temidden van anderen. Contact omschrijven wij in navolging van De Haas (1991) als een psychosociaal raakvlak tussen mensen dat het resultaat vormt van de gebieden ten opzichte waarvan en de mate waarin zij zich voor elkaar openstellen, respectievelijk zich voor elkaar afsluiten. Interactie omschrijven wij in navolging van De Haas (1991) als het psychosociale raakvlak tussen mensen dat het resultaat vormt van de wederzijdse intenties zich volgend aan te pas sen, respectievelijk sturend invloed uit te oefenen. Sociaal "leren" staat centraal. De sociotherapie fungeert als gesprekspartner en procesbewaker en benadert de cliënt op basis van respect en open informatie uitwisseling. De sociotherapeuten richten zich op sociale processen, rolproblematiek en groepsdynamiek. De sociotherapeut draagt bij tot het vergroten van de psychosociale vaardigheden van de cliënt. De Haas beschrijft dat de therapeutische relatie vorm en inhoud krijgt op basis van zogeheten basisintenties. Deze basisintenties zijn:
Deze basisintenties zijn de grondslag voor de psychosociale mogelijkheden van de cliënt. Het gedrag dat hoort bij de basisintenties, op te vatten als rollen die een proces-/systeemdeelnemer op zich neemt, kan leiden tot functioneren naar tevredenheid en disfunctioneren van de cliënt. Sociotherapeuten stemmen in contact en interactie met de cliënt hun interventies af op het zichtbare gedrag, de zichtbare basisintenties. Sociotherapeuten bevorderen de differentiatie en integratie mogelijkheden van de cliënt vanuit de intentie het dysfunctionele gedrag, de dysfunctionele interactie, te bespreken en om te buigen tot functioneel, adequaat, bevredigend gedrag. De Haas geeft in een schema weer welk gedrag zichtbaar is, waartoe dit gedrag kan leiden (risico's en mogelijkheden voor de betrokkene) en op welk terrein geleerd moet worden (integreren, interacteren, differentiëren en contact aangaan). De sociotherapeut stemt als gezegd zijn handelen en interventies hierop af. Hij observeert het interactioneel appèl en confronteert de cliënt hiermee. Hij tracht vervolgens in contact te blijven en de cliënt te wijzen op alternatieve posities. De sociotherapeut leent als het ware zijn eigen ego-structuur (psychosociale vaardigheden) uit aan de cliënt. Bekend van het sociaal-therapeutisch model zijn de door Rapoport beschreven principes; democratie, permissiviteit, communalisme en realiteitsconfrontatie. En het door Bierenbroodspot toegevoegde principe van de toekomstgerichtheid, het prospectieve principe. Wij voegen daar gelet op de interactie tussen cliënten onderling, stafleden onderling en tussen beide groepen de postulaten wederzijdse beïnvloeding, wederzijdse afhankelijkheid en sociale gelijkwaardigheid aan toe. De sociotherapeut richt zich in zijn handelen vooral op de executieve functies van het 'ik' en niet op de synthetische fucnties van het 'ik'. Onder de executieve functies van het 'Ik' wordt door Cumming en Cumming verstaan: "de aangeboren (biologisch gefundeerde) vermogens die onder invloed van rijping en vorming tot ontwikkeling komen. Tot de executieve functies worden onder meer gerekend: perceptie, denken, herinneren, motoriek, intentie en het "vatten" van objekten. Onder de synthetische functies van het 'Ik' worden de afweermechanismen verstaan. Dit houdt in dat de sociotherapeut zich niet bezighoudt met 'conflicten' in de cliënt (intrapsychisch) maar met het hiervan zichtbare (interpsychisch, interpersoonlijk) in zijn interactie met anderen. De sociotherapeut houdt zich niet bezig met veronderstelde blokkades in de cliënt maar met onmogelijkheden/beperkingen die zichtbaar worden in het gedrag van de cliënt in contact of interactie met anderen. Daarbij is het gedrag van de sociotherapeut ook bespreekbaar in die zin dat zijn aandeel, bijdrage in de interactie tussen hem en de cliënt(engroep) onderwerp van gesprek kan zijn. De sociotherapeuten schatten in, op het nivo van de gedeelde hulpvragen van de cliëntgroep en van de individuele hulpvragen, in welke mate hun interventies supportief moeten zijn. Hiermee bedoelen wij dat instructie, advisering, het doseren van prikkels, ondersteunen etc. bewust gehanteerde middelen zijn binnen een overigens sociaal-therapeutisch milieu. De mate waarin vaardigheden of taken van de groep cliënten of van een cliënt door de sociotherapie worden overgenomen hangt natuurlijk af van de doelgroep en de behandelingsdoelstellingen. Maar onverlet blijft dat de sociotherapeutische uitgangspunten in tact blijven. Sociotherapeuten richten zich op de vragen die de cliënt zijn omgeving expliciet en/of impliciet stelt. De vragen, het verhaal van de cliënt in het hier-en-nu, geplaatst in de actuele sociale context. Het veranderingsproces (hoe kunnen we de cliënt helpen zijn vraagstukken te beantwoorden) wordt gekenmerkt door een zoekproces dat de vragen van de cliënt als uitgangspunt neemt en houdt. Het sociaal-therapeutisch model en de sociale identiteit, gekoppeld aan de theorie over sociale systemen vormen theoretisch het uitgangspunt voor het sociotherapeutisch werken binnen een klinisch systeem.
1 |
2 |
3 |
4 |
5 * |
6 |
7 |
8 |
9 |
10 |
11 |
12 |
13 |
|||||
| Panta rhei Cursusaanbod · Open inschrijving · In company Literatuur Archief Linken Colofon Privacy Inhoudsopgave Zoek op deze site |
|||||
|
Productie en ontwerp van deze website:
PurpleUnlimited © Deze bladzijde is het laatst gewijzigd op 2 januari 2005 |
Top |