Panta rhei
Panta rhei

Naar een beroepsprofiel voor sociotherapie
N. van Tol en A. Meijer
deel 6

Vormgeving: de drie nivo's van sociotherapie

De commissie Buis leverde een gedegen rapport (1981) over de sociotherapie waarbij ze zich liet zich inspireren door gezichtspunten uit de residentiële ortho-(ped)agogiek zoals in 1973 geformuleerd door Kok. Deze gezichtspunten zijn goed te gebruiken voor de vormgeving, de ordening van het klinisch milieu.

Voor de ordening van de klinische setting onderscheiden we met Kok drie strategieën die niet zonder elkaar kunnen bestaan en niet strijdig met elkaar mogen zijn. Met andere woorden het ordening aanbrengen in sociotherapeutische activiteiten vereist drie strategieën die onderling samenhangen en op elkaar zijn afgestemd zonder dat op een van de strategieën teveel de nadruk ligt.

Wij noemen de drie strategieën het model van de drie nivo's van sociotherapie. Het model is geschikt de organisatie, het behandelmilieu vorm te geven en te beschrijven. Wenselijke veranderingen binnen het behandelmilieu worden in een dergelijke beschrijving goed zichtbaar (Klaasse en Meijer 1993).

De drie strategieën zijn:

Eerste nivo, de totale gemeenschap (leefgroep en behandelteam)

Binnen dit nivo vinden we onder andere de interactie terug tussen de leefgroepsleden en de stafleden onderling en de uitwisseling tussen deze twee. Uit de interactie komen te bespreken normen en waarden op gemeenschapsnivo voort. Het bespreken van deze normen en waarden, wie bepaalt wat en waarom, is binnen een sociaal therapeutisch milieu erg belangrijk.

Het eerste nivo van sociotherapie is het primaire antwoord op de hulpvraag van de cliënt. Dit houdt in dat de hulpvragen van de cliënten wel mogen verschillen maar niet zo verschillend mogen zijn dat een totaal ander milieu nodig is om die vragen effectief te kunnen beantwoorden. Van heterogeniteit mag zeker sprake zijn maar omdat het bespreken van de interacties tussen de systeemdeelnemers, het aangaan van relaties waarin uitwisseling van (gevoelige) informatie kan plaatsvinden, het medium bij uitstek van de sociotherapie is, mogen de hulpvragen niet te tegengesteld zijn.

Wanneer de hulpvragen van de cliënten voldoende overeenkomen om een eerste graadsstrategie, een primair antwoord, te ontwikkelen spreken we van een herkenbare doelgroep die we met Kok aanduiden als het vraagstellingstype.

Het eerste nivo is als primair antwoord de basis voor de behandeling. Alle informatie die voor de begeleiding/behandeling van de cliënten van belang is, met name uit het tweede nivo en derde nivo, komt hierin terug. Overleg over de betekenis, voor cliënt en milieu, van het tweede en derde nivo en afstemming op het eerste nivo zodat in dezen geen tegenspraak ontstaan noemen we met Kok de 'transfer-basis'.

Sociotherapeuten spelen hierin een cruciale rol. Zij beschermen de cliënt ook tegen therapeuten die therapie bedrijven met intenties die tegengesteld zijn aan of zelfs haaks staan op uitgangspunten die op met name het eerste nivo zijn geformuleerd.

Wanneer het binnen een klinisch systeem niet lukt het samenwonen, -werken en -vrijetijd door brengen, op een voor de cliënt zinnige wijze vorm te geven dan heeft klinische opname vrijwel altijd kwalijke gevolgen voor de cliënt en hebben allerlei toegevoegde therapieën per definitie te weinig zin en rendement.

Tweede nivo, de kleinere groepen, kleinere samenwerkings-, ervarings- en leerverbanden

Binnen dit nivo vindt differentiatie naar hulpvraag, behandelingsmethodiek en behandelingsdoelstelling plaats. Er wordt, op grond van de vraagstukken van de cliënt, een keuze gemaakt voor bepaalde behandelingsvormen en hoe deze ten aanzien van de cliënt het best kunnen worden benut. Dit is het secundaire antwoord op de vraagstukken van de cliënt.

Als gezegd sluit dit nivo aan op het eerste nivo, en niet andersom, ook al beïnvloedt dit nivo natuurlijk wel het eerste nivo.

Binnen de sociotherapie gaat het dan om reguliere, ingeroosterde momenten tijdens welke de interacties van de cliënt met zijn omgeving (afdeling/thuis) kunnen worden besproken. Besproken wordt bijvoorbeeld hoe cliënt omgaat met anderen (relaties en de posities die hij inneemt) als reflectie van innerlijke processen (en conflicten). Hierbij is het schema van De Haas (1991) een goed hulpmiddel.

Derde nivo, het individu met zijn specifieke eigenschappen en noden

Binnen dit nivo vindt een verdere differentiatie plaats. Dan wordt gekeken van welke aanvullende speciale mogelijkheden de hulpverleners gebruik kunnen maken om de vraagstukken van de cliënt optimaal te kunnen beantwoorden. Aan dit derde nivo is ook het individueel behandelingsplan van de cliënt gekoppeld. Het derde nivo is het tertiaire antwoord op de hulpvraag van de cliënt.

Binnen alle drie nivo's spelen de systeemfuncties, -zingeving, energieverzorging, structurering, grensbewaking en doelverwerving- een rol. De drie nivo's zijn onlosmakelijk verbonden aan elkaar. Wat (interactioneel) plaatsvindt binnen het ene nivo heeft gevolgen voor het andere nivo.

Sociotherapeuten en de overige leden van het behandelteam zoeken voortdurend naar een evenwicht tussen de drie nivo's. Dit om zicht te krijgen op het specifieke klinisch milieu, op eigen attitude en interventies. Op de mens als (gesloten) individu én (open) sociaal wezen.

1 |  2 |  3 |  4 |  5 |  6 * |  7 |  8 |  9 |  10 |  11 |  12 |  13
Kopieer de tekst van dit artikel

Panta rhei
 
Cursusaanbod
· Open inschrijving
· sociotherapie
· gesprekstechniek
· dwangverpleging
· traumabehandeling
· verslavingszorg
· In company
 
Literatuur
 
Archief
 
Linken
 
Colofon
 
E-mail
 
Privacy
 
Inhoudsopgave
 
Zoek op deze site
Productie en ontwerp van deze website: PurpleUnlimited ©
Deze bladzijde is het laatst gewijzigd op 2 januari 2005
Top