|
Beroepsprofiel voor Sociotherapeuten
Taakgebieden van de sociotherapie
De beroepsdomeinen maatschappelijk werk en sociaal pedagogisch werk hebben in samenwerking met het Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn (NIZW) een indeling van taakgebieden gemaakt waardoor het (beter) mogelijk wordt diverse beroepsdomeinen met
elkaar te vergelijken.
Binnen deze taakgebieden wordt geen onderscheid gemaakt tussen gemeenschaps-, groeps- en individu gerichte taken.
De kennis en vaardigheden die voor de taakgebieden nodig zijn, worden voor een belangrijk deel geleerd tijdens opleidingen. Het uitvoeren van taken vereist dus een bepaald opleidingsniveau. Dit niveau van opleiding is bepalend voor het niveau van beoepsuitoefening.
- Taakgebied 1, oriënteren
Door een intake te verrichten, en/of de
mogelijkheden en beperkingen van de cliënt te inventariseren, oriënteert de sociotherapeut zich op de situatie van de cliënt. Hij verzamelt hierdoor relevante
informatie om de huidige situatie en de door de cliënt gewenste situatie in kaart
te brengen.
- Taakgebied 2, ontwerpen
Bij het ontwerpen gaat het om het met de cliënt, op basis van de tijdens de
oriëntatie verzamelde gegevens, bespreken en beschrijven van een hulpverleningsplan.
In het hulpverleningsplan wordt geformuleerd waaraan cliënt en sociotherapeuten
gedurende een bepaalde periode gaan werken, er worden concrete en haalbare doelen geformuleerd.
Het sociotherapeutisch aanbod maakt, als eerder geschreven, onderdeel uit van een behandelingsplan waaraan alle disciplines een aandeel leveren.
- Taakgebied 3, interveniëren
Onder interveniëren wordt verstaan het gehele handelingsrepertoire waarover de
sociotherapeut moet kunnen beschikken bij het uitvoeren van een hulpverleningsplan. De inspanning van de sociotherapeut is erop gericht de
handelingsmogelijkheden en daarmee de gedragsalternatieven van de cliënt te
vergroten. Dat kan gebeuren door de cliënt toe te rusten met kennis dan wel met
competenties. Het vergroten van de competenties van de cliënt heeft betrekking op
zijn functioneren als individu en als groepslid in de huidige en eventueel toekomstige leefsituatie.
- Taakgebied 4, evalueren
De effecten van de interventies worden geëvalueerd aan de hand van de gestelde
doelen.
- Taakgebied 5, functiegerelateerde zaken
Het sociotherapeutisch werk vindt plaats in of vanuit een organisatie. Dit brengt
een aantal taken met zich mee, voortkomend uit de functie, die als voorwaardenscheppend kunnen worden opgevat. De sociotherapeut ontwikkelt en optimaliseert de voorwaarden waaronder hij interventies kan plegen gericht op de cliënt. Ook participeert hij in beleidsontwikkeling en beleidsuitvoering.
- Taakgebied 6, beroepsgerelateerde zaken
De sociotherapeut ontwikkelt en optimaliseert samenwerkingsrelaties met
beroepsgenoten en andere deskundigen in en buiten zijn organisatie. Daarnaast maakt hij
gebruik van nieuwe ontwikkelingen in zijn beroep en levert waar mogelijk daaraan
een bijdrage. De sociotherapeut onderhoudt zijn deskundigheid en levert waar
mogelijk een bijdrage aan de theoretische en methodische kennis van zijn beroep.
Tevens profileert hij zijn beroep ten opzichte van verwante beroepsgroepen.
Ook is de sociotherapeut actief ten aanzien van analyse van hulpvragen in het kader
van een zich ontwikkelende maatschappelijke context.
Index  Kopieer deze tekst
|